Amper zes dagen na de brutale overval op hun pas geopende frituur in Melveren hebben Stefanie Coenen en Arne Bergmans de deuren van Fritbar opnieuw geopend. De gebeurtenissen hebben diepe sporen nagelaten bij het gezin, maar opgeven is geen optie. “Dankzij onze familie en vrienden hebben we de moed gevonden om door te gaan.”
De vreugde over de opening van hun nieuwe frituur was van korte duur. Al op de tweede openingsdag werden Stefanie en Arne geconfronteerd met een gewelddadige overval. Een bijzonder traumatische ervaring, ook voor hun kinderen. “We zijn door een hel gegaan en dragen het trauma nog altijd mee”, vertelt Stefanie. “Ook onze kinderen hebben psychologische begeleiding nodig om hun angsten te verwerken. Maar dankzij de enorme steun van vrienden en familie hebben we beslist om niet toe te geven aan onze angst.”
Met vereende krachten werd de zaak in amper zes dagen opnieuw klaargemaakt om klanten te ontvangen. Voor Arne blijft vooral de financiële kater bijzonder zwaar. De overvallers gingen aan de haal met de kluis waarin het spaargeld van het gezin zat. “Dat geld hadden we opzijgezet om verder in onze zaak te investeren”, zegt hij. “Telkens wanneer ik nu materiaal of goederen moet aankopen, word ik opnieuw geconfronteerd met wat er gebeurd is. Dat komt hard aan. Toch willen we zo snel mogelijk opnieuw met volle moed vooruit.” De jonge uitbaters hopen dan ook dat de klanten snel opnieuw de weg naar Fritbar vinden. De vele steunbetuigingen die ze na de overval kregen, betekenen voor het gezin alvast een belangrijke duw in de rug.
Intussen werden ook bijkomende veiligheidsmaatregelen genomen. Zo zijn in de frituur noodknoppen geïnstalleerd waarmee bij gevaar onmiddellijk alarm kan worden geslagen. Voor Stefanie en Arne is de heropening vooral een duidelijk signaal: de overval heeft hen geraakt, maar krijgt niet het laatste woord. “We willen vooruit en opnieuw doen waarvoor we deze zaak begonnen zijn. We laten ons niet klein krijgen.”
Reactie plaatsen
Reacties